Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA2301

Datum uitspraak2007-03-20
Datum gepubliceerd2007-07-19
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers03239/06 H
Statusgepubliceerd


Indicatie

Herziening.


Uitspraak

20 maart 2007 Strafkamer nr. 03239/06 H DV/IC Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 juni 1996, nummer 22/007295-05, ingediend door mr R.M. van der Zwan, advocaat te 's-Gravenhage, namens: [aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats]. 1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van 12 oktober 2005 van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage, locatie Delft, aangezien de verdachte het beroep niet binnen de daartoe bij de wet gestelde termijn had ingesteld. 2. Beoordeling van de aanvrage De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat het arrest van het Hof niet inhoudt een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen. 3. Beslissing De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 20 maart 2007.